De geweldige trip naar Namibie, Botswana en Zimbabwe!

Hoi lieve mensen,

Het is alweer een hele lange tijd geleden dat ik wat op mijn reisblog heb gezet en het is nu dan ook de tijd om jullie op de hoogte te brengen van mijn wilde avonturen die ik heb meegemaakt tijdens mijn reis. Het is wel een heel lang verhaal, maar ik heb dan ook veel meegemaakt en gezien!

Op dinsdag 25-6 hebben Joris en Leon onze auto opgehaald en hebben een hele boodschappenlijst afgewerkt aan spullen die nog gehaald moesten worden en die we mee wilden hebben op reis. Het was nog een aardig gedoe om dat alles te regelen, maar uiteindelijk was alles goed gekomen en hadden we onze auto in het bezit. Het was een super vette auto met tenten op het dak, een koelkast erin, een watertank en ook zaten er een heleboel kampeer spullen erin. Het was eigenlijk een huis op wielen. Die avond hebben we al onze spullen ingepakt en er was nog net plek voor ons vier.
Op woensdag 26-6 zijn Joris, Floor, Leon en ik om 5:00 vertrokken op weg naar Namibie. Deze dag hebben we de hele dag doorgereden en bij de camping aangekomen hadden we al 850 km gereden. We kwamen bij een super mooie camping in Namibie aan genaamd Ai Ais. Eenmaal aangekomen werden we erop gewezen dat onze achterband lek was. Gelukkig waren de mensen van de camping heel hulpvaardig en zij hebben ze band meteen weer in orde gemaakt. De eerste nacht was redelijk koud, maar ik heb het dan ook aardig snel koud. De tent was echt perfect. Je hoeft hem alleen maar even uit te klappen en je tent staat. Ook sliep het prima!
Op donderdag 27-6 zijn we rond tien uur vertrokken richting de ‘Fish River Canyon’. Het was weer een aardig stukje rijden, maar het was het zeker waard. Eenmaal daar aangekomen hebben we genoten van ons uitzicht en daarna zijn we nog even een terrasje gaan pakken bij een restaurantje dicht in de buurt. Vervolgens hebben we weer een stuk gereden want we wilden zo dicht mogelijk bij ‘Sossusvlei’ komen, zodat we daar de volgende dag zonsopgang konden bekijken. We hadden deze avond overnacht op een camping in the middle of nowhere.
Vrijdag 28-6 zijn we dus vroeg opgestaan( om 4:15) om op tijd bij ‘Sossusvlei’ te komen om zonsopgang te bekijken. We kwamen vroeg aangereden bij Sossusvlei en toen kwam een mannetje ons vertellen dat je alleen zonsopgang daar mag bekijken als je in het park op de camping staat. Wij dus ontzettend balen, maar er werd ons gezegd dat we om 6:45 het park in mochten. Vervolgens wij daar ongeveer een uur gestaan en uiteindelijk was het al 7:00 en het hek ging nog steeds niet open. Uiteindelijk werd ons ook gevraagd wat we daar zo vroeg deden en wij vroegen aan een man waarom het hek nog niet open was. Vervolgens bleek er een uur tijd verschil te zijn en dat we dus nog een uur moesten wachten. Dat betekend dus dat we uiteindelijk al om 3:15 waren opgestaan en dus veel te vroeg bij sossusvlei waren. Gelukkig waren we goed gehumeurd en hebben we nog netjes een uurtje gewacht totdat het hek eindelijk open ging. We hebben uiteindelijk de zonsopgang vanuit de auto bekeken maar dat was ook prachtig. We zijn gestopt bij een van de duinen daar en zijn daar op gaan klimmen. Vanaf daar hadden we super mooi uitzicht! Hierna zijn we nog gaan lunchen bij een restaurantje in de buurt en zijn we daarna door gaan rijden naar Swagopmund. We zaten nu inmiddels al op 2000 km die we gereden hadden.
Zaterdag 29-6 hebben we een dagje doorgebracht in Swagopmund. Eerst hebben we een beetje uitgeslapen. Er zijn veel activiteiten te doen in dit stadje dus we hadden besloten om quad te gaan rijden in de duinen daar. Dit was echt super vet. We kregen een gids mee die ons nogal wat gewaagde paden liet rijden, maar wat erg leuk was. Ik ben twee keer zowat van mijn quad af gevallen en ik ben natuurlijk nog een keer vast blijven zitten. Dus ik dacht hmmm laat ik is even wat gas geven. Na enige tijd wat gas te hebben gegeven hoorde ik in een keer wat geschreeuw achter mij en daar zat Joris zo goed als helemaal ingegraven onder het zand dankzij mijn actie. Ik was even vergeten dat hij achter mij stond toen ik gas aan het geven was om los te komen uit het zand……
Zondag 30-6 zijn we rond 7:30 weer gaan rijden richting Botswana. Eenmaal bij de grens aangekomen bleek dat we een stempel miste van Namibië. Dat was heel raar want we hadden wel een stempel gekregen daar en toen we Namibië binnen reden werd het ook nog gecheckt, maar blijkbaar hadden we nog een stempel nodig. Er werd ons gezegd dat als de politie ons gesnapt had we meteen mee zouden worden genomen……gelukkig hebben wij geen politie gezien! Daar hebben we uiteindelijk nog de stempel gekregen die we nodig hadden. Deze dag hebben we weer de hele dag gereden. Vervolgens kwamen we aan bij onze camping…..als je het een camping mag noemen. We stonden voor een hek dat helemaal verroest was en dat nog bij elkaar werd gehouden met een ijzeren draadje. Er stond dat je moest claxonneren als je geholpen wilde worden. Dat deden we dus en een mannetje kwam eraan en vertelde ons dat ze de camping aan het renoveren waren en dat er dus geen toilet of douche was. Aangezien het al donker was hebben we hier onze auto maar geparkeerd en wij waren dus de enige op de camping. Dit was pas echt kamperen! We vroegen de man of er nog wilde beesten op de camping zouden rondlopen, maar hij beweerde dat er geen wilde dieren liepen. Toen we eenmaal stil stonden zagen we olifanten drollen en nog heel wat andere keutels liggen….maar het was een fijn idee dat er geen wilde dieren rond liepen……..
Deze dag hebben we zo’n twaalf uur in de auto gezeten.
Maandag 1-7 hebben we de hele dag gereden naar Maun. Hier hebben we geprobeerd de permits te regelen voor het park moremi. Dit is helaas niet gelukt want het was een public holiday dus we moesten de volgende dag weer terug komen. Vervolgens zijn we op een mooie camping beland in Maun en hebben we daar een drankje genuttigd en vervolgens in de avond een kampvuurtje gemaakt. Vervolgens kwamen nog wat Afrikaanse buren ons hout brengen en een shotje om de avond in te luiden.

Dinsdagochtend zijn we vroeg opgestaan om in Maun alle permits te regelen. Rond 10 uur hadden we dit rond en konden we koers zetten richting Moremi, een Wildlife Reserve bij de Okavango Delta. Hier kwamen we rond het middaguur aan en zijn we direct rond gaan rijden op zoek naar game, oftewel wildlife. Binnen een uur hadden we de eerste grote prooi al te pakken, namelijk een luipaard. Verder hebben we tijdens het rondrijden door Moremi bij de Black Pools nog een schitterend plaatje gehad. Hier was een grote open vlakte met erg veel beesten zoals olifanten, nijlpaarden, impala’s, gnoes, zwijnen, giraffen en zebra’s. Echt een typisch Afrikaans safariplaatje. Naast deze twee hoogtepunten hebben we natuurlijk ook erg veel andere mooie dingen gezien en dus konden we onze eerste game drive wel als zeer geslaagd beschouwen. Na zonsondergang zijn we bij onze camping aangekomen, waar we wat hebben gegeten, terwijl we werden aangestaard door allerlei reflecterende ogen uit de bosjes. Die nacht heb Joris nog een wekker gezet om te kijken of er nog iets rondom onze tenten zou lopen. In Botswana hebben ze namelijk geen hekken rond de campings, dus het zou zomaar kunnen zijn dat er een aantal leeuwen onder onze tentjes zou liggen. Ik was te moe om te kijken, maar Joris zag wat dieren voorbij lopen wat waarschijnlijk hyena’s waren. Die woensdag zijn we vroeg opgestaan om zonsopkomst te bekijken en zijn we daarna maar weer de auto ingestapt om weer een dagje rond te rijden door Moremi. Ook deze dag hebbenw e weer erg veel gezien, waaronder een secretarisvogel, een grote roofvogel op hoge poten, die net een slang had gevangen. ’s Middags hebben we nog een boottocht van 2 uur op de Okavango Delta gedaan, wat wel mooi was, maar toch een beetje tegenviel. We hadden namelijk wel verwacht dat we nijlpaarden of krokodillen zouden zien, maar het spannendste wat we tijdens deze tocht te zien kregen, was een krokodil van een paar weken oud, niet groter dan een halve meter. Aan het eind van de middag zijn we naar de camping gereden waar we nog hebben genoten van het laatste beetje zon van die dag.

Donderdagochtend zijn we eerst weer 100km terug richting Maun gereden, aangezien dit de dichtstbijzijnde plek was waar we konden tanken en boodschappen konden doen. Voor de volgende dagen hadden we namelijk het Chobe National Park in de planning staan en ook hiervoor moesten we van tevoren de boodschappen inslaan. Na alle voorraden te hebben bijgevuld zijn we weer richting Moremi gereden. We kwamen hier rond 1 uur weer aan en hebben hier weer wat rondgereden. We hebben nog bij de Hippo Pools geluncht, dit is een grote plas waar doorgaans – de naam verraadt het al een beetje – erg veel nijlpaarden in liggen. In dit geval was dit niet anders. Na deze stop zijn we richting uitgang van het park gereden, het plan was om ergens op een camping tussen Moremi en Chobe te kamperen. En dan komt nu het spannendste avontuur van onze reis, namelijk de zoektocht naar een camping in de wildernis.

We hadden een kaartje van Moremi en we hadden een camping op het oog die ook op het kaartje stond, dus wat kon er misgaan? Aan het eind van de middag reden we Moremi uit en de verwachting was om tegen zonsondergang bij de camping aan te komen. Het probleem was echter dat er in werkelijkheid veel meer paadjes waren dan er daadwerkelijk op de kaart stonden. Daarnaast staan er nauwelijks bordjes met richtingen aangegeven. Verdwalen was nog nooit zo makkelijk! Dit is ons dus ook met twee vingers in de neus gelukt. Door het ronddwalen op zoek naar een camping hebben we wel een prachtige zonsondergang kunnen aanschouwen, maar het probleem hiervan was dat het na dit spektakel akelig snel donker werd. Daarnaast leken er na zonsondergang ook veel meer olifanten op de weg te staan en deze leken ook een stukje sneller geïrriteerd en kwamen daardoor af en toe nogal agressief over. Zo passeerden we op een gegeven moment een olifant vlak na een bocht op zo’n 5 meter rechts van ons die echt al klaar leek om aan te vallen en zelfs even claxonneerde naar ons. Op dat moment was dit allemaal best eng en vond niemand van ons het echt leuk om zo rond te dwalen. We vreesden echt te moeten kamperen in de wildernis, zonder op een camping te staan, toen we plotseling een lodge op een bordje aangegeven zagen staan. Blij dat we waren toen we eenmaal aankwamen op deze lodge! Er kwam direct een medewerkster van de lodge op ons afgelopen en zij had de fijne mededeling dat we toch echt niet daar konden overnachten. Onze smeekbedes hielpen niet en dus werden we met een routebeschrijving in de richting van een camping gestuurd. Deze route ging wel door twee rivieren, maar dat moest geen probleem zijn met onze auto. We kregen hiervoor ook tips over welke wielsporen in het water we moesten volgen en welke juist niet. Mochten er plotseling olifanten op de weg staan, dan moesten we de auto maar even stoppen, de motor uitzetten om ze niet te irriteren en wachten tot de weg weer vrij zou zijn. En zo werden we weer op pad gestuurd. De eerste rivier kwam al spoedig in zicht, we hebben de tips maar opgevolgd en zijn hier op goed geluk doorheen gereden. Het bleek inderdaad ondiep genoeg en zo kwamen we veilig aan bij de overkant van het water. Na deze oversteek zijn we doorgereden en na een aantal verplichte olifantenstops kwamen we aan bij oversteek nummer 2. Deze oversteek leek wel eens tukje serieuzer dan de eerste, het water was zo’n 15 meter breed en het was onduidelijk hoe diep het er nou was. Erg spannend om dit water over te steken dus. Om de spanning nog maar wat te vergroten en te verlengen stond er aan de overkant van de rivier ook nog een olifant, waardoor we zo’n 15 minuten hebben moeten wachten voordat de olifant uiteindelijk weg was. Toen de weg eenmaal vrij was, heeft Leon de auto maar even vol gas door het water heen geknald. Het water kwam echt tot over de motorkap en even konden we niks zien door een grote plens water over de voorruit, maar uiteindelijk bereikten we wel veilig de overkant. Hier zijn we uiteindelijk nog een auto van een night game drive tegengekomen, welke we de weg hebben gevraagd. De gids hiervan heeft ons de goede kant op gestuurd en zo kwamen we na een paar uur dwalen in het donker uiteindelijk aan op de camping. Hoewel camping misschien niet het juiste woord is, het was namelijk een zelfde soort camping als de eerst in Botswana, namelijk zonder receptie, toiletgebouw of douches. Deze camping had echter wel andere campinggasten, wat het nog enigszins een campingidee gaf. Ook al stelde deze camping niets voor wat voorzieningen betreft, we waren allemaal dolblij dat we überhaupt een camping hadden gevonden. Tijdens dit avontuur vond niemand van ons het leuk om zo rond te dwalen zonder te weten wat er achter de struiken om een bocht stond, maar achteraf was dit echt zo ontzettend mooi avontuur! Het gebied waar we doorheen reden was ook echt schitterend, zo hebben we een nijlpaard op een paar meter gepasseerd die half uit het water aan het grazen was en hebben we erg veel olifanten en buffels gezien van af en toe wel iets te dichtbij. Op de camping hebben we natuurlijk geproost dat we alles overleefd hadden en dat we toch nog op een camping beland waren.

Die vrijdag zijn we rustig aan vertrokken richting Chobe, waar we tegen 12 uur aankwamen. Daar bleek dat de camping die we geboekt hadden voor die nacht helemaal aan de andere kant van het park zat, zo’n 150km van waar we op dat moment waren. We hebben die dag dus nogal door Chobe heen geracet zonder echt goed om ons heen te kunnen kijken. Toch is het ook deze dag niet gelukt om de camping te vinden voor zonsondergang. We hadden wel veel minder moeite om de camping te vinden, maar toch kwamen we uiteindelijk pas in het donker aan. Toch is het rond zonsondergang allemaal veel actiever wat wildlife betreft als je er rondrijdt. Dit keer waren het gelukkig geen boze olifanten, maar vooral zebra’s, giraffen en een lading buffels. Ook zat er een honeybadger , een soort grote das, vlak langs de weg. Uiteindelijk kwamen we om half 7 aan op onze camping, een erg mooie camping aan de rivier. Zaterdagochtend zijn we vroeg opgestaan voor zonsopkomst en aangezien de camping zo goed beviel en we nog een extra dagje in Chobe in gedachten hadden, hebben we geregeld dat we er nog een nacht konden verblijven. Na rustig te hebben ontbeten zijn we de auto weer ingestapt om weer rond te rijden door het park. We zijn langs het water gereden, aangezien daar toch altijd wel het meeste te zien was. Dit keer hebben we weer van alles gezien, wat jakhalzen, roofvogels, krokodillen, nijlpaarden en een dode buffel waar tientallen gieren omheen zaten te vechten om wie er hapjes mochten nemen. Aan het begin van de middag zijn we terug naar de camping gereden waar we in de zon wat hebben zitten kaarten en rond 3 uur zijn we weer de auto in gestapt voor een middagritje door de wildernis. In de nacht werd ik gewekt door Joris, want hij zag een olifant vlak bij onze tent staan. Ik keek naar buiten en de olifant stond op een paar meter afstand wat takken en bladeren te eten uit een boom. Super vet om een olifant van zo dichtbij te zien.

Zondags zijn we weer vroeg opgestaan, aangezien we die dag weer verder wilden rijden richting Zimbabwe, naar de Victoria Falls. We zijn nog even langs de dode buffel gereden om te bekijken hoe die er bij lag, er zaten nog steeds erg veel gieren omheen. Vervolgens zijn we verder gereden richting uitgang van het park en richting de grens. Na in het laatste dorp van Botswana al onze laatste pula’s (de lokale valuta) te hebben uitgegeven, werden we tussen dit dorp en de grens nog eens aangehouden omdat we 9km/h te hard reden. Een boete van 208 pula (zo’n €19) leverde dit op. Helaas hadden we geen pula’s meer, en met Zuid Afrikaanse randen konden we ook niet betalen. Meneer agent liet ons daarom maar doorrijden, met een tip om voortaan maar niet meer te hard te rijden. Eenmaal bij de grens was het een heel gedoe met het regelen van een visum. We bleken uiteindelijk tot op de rand precies genoeg geld bij ons te hebben om alle benodigde kosten te kunnen betalen, dus zo reden we helemaal platzak Zimbabwe in. Na nog ruim een uur door Zimbabwe te hebben gereden, kwamen we aan bij de Victoria Falls, waar we een camping aan de Zambezirivier op hebben gezocht. Na even aan het water te hebben gezeten, zijn we om 4 uur op een boot gestapt voor een sunset cruise over de Zambezi. De drankjes waren inbegrepen bij deze ruim 2 uur durende cruise en we hadden een erg meelevende gids, die direct een nieuw drankje voor je neus zette, zodra hij zag dat het einde van je huidige drankje naderde. Het spreekt voor zich dat we allemaal in een iets andere staat van de boot af kwamen dan dat we erop gingen. De cruise zelf was verder ook erg mooi, zo hebben we nijlpaarden, krokodillen en een olifant in het water gezien. De zonsondergang was ook schitterend boven de rivier.

Maandag zijn we ’s ochtends naar het Victoria Falls National Park gereden, waar we naar binnen zijn gegaan om de Victoria Falls te aanschouwen. Met een breedte van 1700 meter en een hoogte van zo’n 100 meter is de Victoria Falls de grootste waterval van de wereld. Het staat dan ook op de lijst van de 7 wereldwonderen van de natuur. Onvoorstelbaar hoeveel water hier naar beneden klettert. Het gemiddelde ligt over het hele jaar op ruim een miljoen liter water per seconde, met in het natte seizoen zelfs drie miljoen liter. We zijn langs het Zimbabwaanse deel van de watervallen gelopen, wat 1400 meter in de breedte is. Op sommige plekken kon je de waterval niet eens zien vanwege de nevel die tot ver boven de Falls uitsteeg. Door deze constante nevel zag je ook dat het gebied rondom de Falls erg groen was in vergelijking met het gebied wat verder van de Falls. Een ander bijkomend verschijnsel ten gevolge van de nevel was dat je op veel plekken regenbogen kon zien. Na het hele park door te zijn gelopen zijn we terug naar de camping gereden, waar we de rest van de middag aan het zwembad hebben genoten van de zon. Bij de Victoria Falls kon je ook veel activiteiten doen, maar alles was nogal prijzig. We besloten daarom om die dinsdag maar vooral te genieten van de zon bij het zwembad op de camping. Dit was eigenlijk onze laatste echte vakantiedag, aangezien we woensdag en donderdag terug zouden rijden naar Jo’burg. Dinsdag kreeg ik helaas het nieuws te horen dat mijn vader een beroerte had gehad. Die avond heb ik meteen besloten om terug te gaan naar Nederland. Ik heb mijn verzekering gebeld en gelukkig was het in drie uur geregeld dat ik de vrijdag naar Nederland zou kunnen vliegen. Ook had ik ze gevraagd of ik samen met Joris kon vliegen aangezien hij ook vrijdag terug zou vliegen naar Nederland. Ik heb echt een topverzekering, want zelfs dat hadden ze geregeld.

Na deze laatste echte vakantiedag begon dan ook echt de terugreis al. Woensdag hebben we zo ver mogelijk richting Jo’burg geprobeerd te rijden en zijn we uiteindelijk gestrand op een erg leuke camping in Palapye, een dorpje in Botswana op zo’n 100km van de grens met Zuid Afrika. Aangezien de puf om te koken een beetje verdwenen was na een dag in de auto zitten, besloten we om te genieten van het buffet wat klaarstond op de camping. Die donderdag zijn we redelijk vroeg weer vertrokken en richting Jo’burg gereden. Na ruim 2 weken zetten we ook voor het eerst weer voet op Zuid Afrikaanse bodem. Tegen 4 uur kwamen we aan in Jo’burg, waar we een hotel hebben opgezocht voor onze laatste overnachting. Heerlijk om weer een keer een goede warme douche te nemen, een ruim bed met heerlijke matrassen en wederom te genieten van een heerlijk buffet als diner! Vrijdagochtend zijn we na een heerlijk ontbijtbuffet richting het vliegveld gereden, waar we de auto in zouden leveren. Na dit te hebben gedaan, hebben we Floor uitgezwaaid, zij vloog aan het begin van de middag naar Kaapstad, om van daaruit die avond terug naar Nederland te vliegen. De rest van de dag hebben Leon, Joris en ik doorgebracht door het spelen van Skip-Bo, een kaartspelletje. Om 6 uur zijn Joris en ik de douane dan ook door gegaan, wij zouden namelijk om 19:15 samen het vliegtuig richting Dubai pakken. Leon zou nog een paar dagen in Zuid Afrika blijven, dus die hebben we in Jo’burg achtergelaten. Vervolgens hebben we een prima vlucht gehad met een overstap in Dubai. Hier hebben Joris en ik weer een tijdje Skip-bo gespeeld om de tijd een beetje te doden. Vervolgens was het ook zo weer tijd om op onze vlucht te stappen richting Nederland.

Eenmaal aangekomen werd ik opgewacht door mijn lieve zus Nadine en door mijn twee vrienden Dennis en Chris. Het was even heel raar om weer terug te zijn, maar ook fijn om ze weer even te zien. Die avond heb ik Eddie meteen opgezocht en hebben we weer even kunnen knuffelen met elkaar en kunnen bijkletsen. Ik ben twee weken in Nederland gebleven en heb erg genoten van alle mensen die ik heb kunnen zien. Jammer genoeg heb ik niet iedereen kunnen zien aangezien het maar twee weken waren, maar het was in ieder geval een gezellige twee weken. Het was fijn om weer even mijn familie te kunnen zien!!

Nu ben ik weer terug in Afrika en de meeste vrienden en vriendinnen van mij zijn al vertrokken naar Nederland. Nog steeds vermaak ik me hier prima en voel me erg thuis. De laatste weken doe ik vooral veel met mijn Afrikaanse vrienden. Ik kijk er naar uit om hier nog de komende 4,5 maand te zitten. Hopelijk vliegt de tijd niet te snel voorbij!!

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!